Dierenasiel DOA viert 125e verjaardag: “Wij blijven nog wel even bestaan”

Het Dierenopvangcentrum Amsterdam (DOA) bestaat 125 jaar. Wat in 1901 begon als een kleine opvangplek voor zieke en gewonde dieren, is inmiddels uitgegroeid tot het grootste dierenasiel van Nederland. Jaarlijks worden er zo’n 2000 dieren opgevangen die om verschillende redenen niet meer bij hun baasje kunnen blijven. 

Het Amsterdam van de vroege 20e eeuw wemelde van de zwerfhonden- en katten. Veel waren gewond, ziek of vermagerd. In 1901 besloten acht mannen iets te doen voor dieren die hulp nodig hadden. Zij richtten de Asyl – Bewaarplaats voor Noodlydende Dieren op, wat uitgroeide tot het huidige DOA. Het eerste pand zat in de Wiegelstraat, tegenwoordig bekend als de Saffierstraat in de Diamantbuurt.  

De opvang verplaatste in 1927 naar de Polderweg in Oost. De eerste decennia van de dierenopvang waren niet zonder moeilijkheden. Tegenslagen als de Spaanse griep en de twee wereldoorlogen maakten het niet makkelijk. Toch kwam DOA, naar eigen zeggen, altijd weer op zijn pootjes terecht. 

Pas in 2007 verhuisde het asiel naar zijn huidige locatie. Een groot modern pand aan de Ookmeerweg in Osdorp. Het grootste asiel van Nederland bevat dierenhotels, buitenparken, trimsalons, ruimtes voor gedragtherapie en zelfs ruimtes voor dierenfysiotherapie. 

Modernisering

Wat begon met acht dierenliefhebbers, is uitgegroeid tot een team van zo’n 540 mensen, onder wie zo’n 400 vrijwilligers. Hondenverzorger Annelies Frantsen werkt al achttien jaar bij DOA: “Ik wilde altijd al met honden werken. Wilde vroeger een hond, maar mocht niet van mijn ouders. Nu heb ik er gelukkig twee.” 

In die 125 jaar is er logischerwijs veel veranderd. Waar het asiel ooit vooral bedoeld was om zwerfdieren van de Amsterdamse straten te behandelen, heeft de stad tegenwoordig geen zwerfdieren meer en worden er ook dieren uit andere delen van Nederland opgevangen.

Hoewel er veel dieren binnenkomen, vinden ook veel dieren een nieuw baasje. “Soms wordt een dier binnen twee weken geadopteerd en soms wel meer dan een jaar. Maar op ieder potje past een deksel”, zegt kattenverzorgster Noor van Gennep.

“Vroeger kregen de dieren niet eens naam”, vertelt Noor. “Het was een stuk minder persoonlijk. We kijken nu naar de karakters van de dieren en proberen een passende match met een nieuwe eigenaar te maken.”

Ook de manier van werken is in de afgelopen jaren gemoderniseerd. Zo houden verzorgers op een app bij hoe vaak ze worden uitgelaten en hoe ze zich gedragen tegenover verzorgers en andere dieren. Elk dier met sociale problemen wordt gemonitord door gedragstherapeuten, waardoor de passende zorg kan worden gegeven.  

Helemaal happy

Een vrijwilliger staat in een van de hokken een kattenbak schoon te schrobben: “Ik ben met pensioen en werk hier al negen jaar als vrijwilliger. ’s Morgens denk ik altijd: waar ben ik aan begonnen? Maar ’s avonds als ik wegga, heb ik altijd een big smile en ben ik helemaal happy.”

Hoewel er in 125 jaar veel is veranderd, draait het bij DOA nog altijd om hetzelfde missie: dieren in nood opvangen en ze helpen aan een nieuw veilig thuis.  

Noor: “We zijn helaas nog heel hard nodig en dat zal ook nog wel heel lang zo blijven. Het mooiste zou zijn als alle dieren een fijn huisje zouden hebben, maar dat is in praktijk niet zo, dus wij blijven nog wel even bestaan.”

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven