Een zaklamp, radio op batterijen en voldoende eten en drinken om drie dagen mee door te komen. Dat moet er onder andere in een noodpakket zitten. Het advies van de overheid is om er een in huis te hebben, maar lang niet alle Amsterdammers hebben de middelen om zo’n pakket aan te schaffen. Daarom worden er tweeduizend noodpakketten uitgedeeld aan Amsterdammers die wat minder te besteden hebben.
Het gaat om een actie van de gemeente in samenwerking met de Voedselbank en het Rode Kruis. In mei organiseerde de gemeente ook al een vergelijkbare actie. Volgens een woordvoerder van burgemeester Halsema hebben de voorbereidingen wel wat tijd gekost, maar wordt vanaf 22 oktober begonnen met het uitdelen van de pakketten. Ook wordt er onderzocht of het aanbod kan worden uitgebreid naar meer huishoudens.
Noodsteunpunten
In het geval van nood, bijvoorbeeld bij zware weersomstandigheden of stroomuitval, kijkt de gemeente nu ook naar zogenoemde noodsteunpunten. Deze punten zijn fysieke plekken in de wijk waar Amsterdammers naartoe kunnen gaan voor actuele informatie, het afgeven van een signaal, het plaatsen van een noodmelding of het aanbieden van hulp wanneer communicatiemiddelen weg zouden vallen door stroomuitval.
Vanuit de noodsteunpunten kunnen vervolgens de hulpdiensten worden ingeschakeld. Op 6 oktober gaat de gemeente in samenwerking met de Veiligheidsregio en het Rode Kruis oefenen hoe die punten zouden werken in het geval van nood.
Amsterdam is niet de enige stad waar deze oefeningen worden gedaan, dat gebeurt ook elders in het land. Op basis daarvan moet de Rijksoverheid gaan bepalen hoe en wanneer de noodsteunpunten worden ingezet, en hoeveel geld daarvoor moet worden vrijgemaakt. Op dit moment is de verwachting dat per 10.000 inwoners één noodsteunpunt moet komen. In Amsterdam komt dat neer op zo’n honderd noodpunten in totaal.

