Wat gebeurt er in onze stad als de stroom langere tijd uitvalt? Geen internet, geen telefoon en geen toegang tot de informatie die we normaal met een paar klikken opzoeken. Daarom bereidt de gemeente zich hier steeds beter op voor. Dinsdag werd geoefend op twee noodsteunpunten, waar inwoners tijdens een crisis terechtkunnen voor informatie en hulp. Maar wie krijgt voorrang als die hulp schaars is? Dat zorgt voor een lastig spanningsveld, blijkt tijdens deze oefening.
De oefening vond plaats in buurthuis De Boomspijker in het centrum en bij Sportcentrum Caland in Nieuw-West. De gemeente en de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland oefenden daar samen met onder meer het Rode Kruis, politie, handhaving en zorgverleners.
Ook buurtbewoners deden mee en kregen een casus voorgelegd waarin verschillende dilemma’s aan bod kwamen. Die liepen uiteen van praktische vragen, zoals een oplader of eten, tot meer urgente situaties, zoals iemand met een gebroken bloedend been. Sommige deelnemers gingen helemaal op in hun rol. ”Ik heb zo’n pijn!”, schreeuwt de een, terwijl een ander vraagt: ”Ik wil graag hondenvoer voor mijn hond.”
Crisisplek
Het scenario waar de deelnemers mee oefenden is een langdurige stroomstoring van 72 uur. Een noodsteunpunt moet in zo’n situatie een herkenbare plek in de buurt zijn waar mensen terechtkunnen. Volgens Carline Hansen, projectleider van de noodsteunpunten, is Amsterdam nog onvoldoende voorbereid op een dergelijke situatie: ”Juist met dit soort oefeningen, proberen we in kaart te brengen wat nodig is.”
Niet alleen in Amsterdam, maar ook in andere steden vinden het hele jaar door oefeningen met noodsteunpunten plaats. Het Rijk gaat voorlopig uit van ongeveer één noodsteunpunt per 10.000 inwoners. Voor onze stad zou dat neerkomen op zo’n 100 locaties. Burgemeester Halsema weet nog niet of die 100 noodsteunpunten haalbaar zijn: ”Ik vraag me af hoe realistisch dat is, al die plekken moeten met elkaar verbonden worden, dat vergt afstemming en bureaucratie. Misschien moet je in onze stad kiezen voor aantal grotere locaties.”
Zijn Amsterdammers klaar voor een crisis?
Uit onderzoek van de gemeente blijkt dat slechts een kwart van de inwoners een noodpakket in huis heeft. Landelijk ligt dat percentage een stuk hoger: op 44 procent. Vooral jongeren onder de 30 geven aan dat ze een noodpakket vaak te duur vinden of er simpelweg geen ruimte voor hebben. Met dit soort ‘noodsteunpuntoefeningen’ wil de gemeente meer bewustwording creëren. De volgende oefening staat over twee maanden gepland.

